Wat gaat zo’n ingreep kosten en is die uit te stellen?

Wat gaat zo’n ingreep kosten en is die uit te stellen?

Minister Edith Schippers trekt meer geld uit om zorgkosten inzichtelijk te maken. Nu tasten patiënten vaak nog in het duister, terwijl er wel geld valt te besparen.

Geen idee.’ Ook de dermatoloog die me behandelt, weet niet wat de prijs is van de kleine ingreep die hij zojuist heeft gedaan: een biopsie, een stukje huid uitsnijden om te laten analyseren. De specialist kent alleen zijn eigen tarief en niet de opslag van het ziekenhuis. Dat dit me geld gaat kosten, is duidelijk. Naast een verplicht eigen risico van € 360 (2014) heb ik een maximaal vrijwillig eigen risico van € 500. Dus de eerste € 860 zorgkosten zijn voor eigen rekening.

Met de verrichtingencode die ik van de specialist meekrijg, kom ik niet verder. Die code vind ik op de site van het ziekenhuis nergens terug. Een telefoontje heeft meer resultaat. De behandeling die ik heb ondergaan heeft declaratiecode 15E331, zo weet de financiële administratie mij te vertellen, en er hangt een prijskaartje aan van ongeveer € 345. Half februari, tweeënhalve maand na de ingreep, krijg ik de eindafrekening van mijn zorgverzekeraar: € 346,10 . Dat betaal ik voor dbc-zorgproduct 120201007, waarbij ‘dbc’ staat voor ‘diagnose-behandelcombinatie’. Een consult vijf maanden eerder vanwege dezelfde moedervlek kostte € 91,07. Totale kosten dus € 437,17.

Zonder dat ik het wist, blijkt mijn voorkeursziekenhuis best goedkoop. Weliswaar is mijn rekening amper lager dan de doorgaans (veel) hogere passantentarieven — de prijs die in rekening wordt gebracht bij onverzekerde patiënten — maar in een ander ziekenhuis was ik waarschijnlijk duurder uit geweest. De totale kosten voor mijn consult en behandeling liggen in Nederland gemiddeld namelijk € 130 hoger. Alleen dom dat ik de biopsie niet meteen bij het eerste consult heb laten doen. Doordat er tussen het eerste en tweede bezoek zo’n lange tijd zat, zijn er twee aparte dbc’s verrekend en ben ik dus duurder uit. Had ik vooraf geweten dat snelheid geld had opgeleverd, dan was ik eerder teruggegaan.


Minister Edith Schippers van Volksgezondheid heeft 2015 uitgeroepen tot het jaar van de transparantie. Daar is de zorgconsument hard aan toe. Hij betaalt steeds vaker een deel van de zorgrekening zelf en dan is het prettig als je weet hoe hoog die is. Het verplichte eigen risico bedraagt dit jaar € 375 . Daarbovenop hebben veel mensen een vrijwillig eigen risico van maximaal € 500. Volgens vergelijkingssite Independer kiest inmiddels bijna een kwart van de verzekerden voor dat maximum.

‘Ziekenhuisrekeningen onvoldoende transparant’, constateerde de Nationale Ombudsman in januari op basis van een uitgebreide klachtenregistratie. De ombuds-…man constateert drie knelpunten: vooraf onvoldoende inzicht in de kosten, onbegrijpelijke rekeningen en soms buitensporige kosten voor kleine ingrepen. Het rapport van de ombudsman geeft als voorbeeld een pleister die op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis bijna € 600 kost.

De zorgrekening is sinds juni vorig jaar een stuk leesbaarder. De zorgaanbieder is verplicht om naast codes en geneeskundig jargon in gewoon Nederlands aan te geven welke behandeling is verricht. Maar eenvoudig is het nog allerminst. Lang niet altijd is duidelijk wat een behandeling inhoudt. De dbc is gebaseerd op wat er gemiddeld aan verrichtingen onder een behandeling valt en kan afwijken van de feitelijk ondergane behandeling.

‘Het heeft zeker zin om goed in de gaten te houden wat er in rekening wordt gebracht’, zegt Thom Meens van patiëntenfederatie NPCF. ‘Een telefonisch consult kan als huisbezoek zijn gedeclareerd. Of een bepaalde behandeling is helemaal niet ondergaan. Dan moet je contact opnemen met je zorgverzekeraar. Die moet uitzoeken of de rekening klopt. Ook als het ­bedrag ­onder het eigen risico valt.’

Bij niet-verzekerde zorg die de consument zelf moet betalen, is prijsopgave vooraf gebruikelijk. Maar ook bij zorg die wél onder de basisverzekering valt, wordt inzicht in de prijs noodzakelijk, vooral bij plan­bare zorg, waarbij het moment van behandeling niet zo nauw luistert. En dat is zeker zo bij kleinere operaties of consulten van specialisten, die helemaal of grotendeels uit het eigen risico worden betaald. Hier doet zich een vreemd fenomeen voor: de consument kan vooraf niet achterhalen wat zijn behandeling kost. Ziekenhuis noch zorgverzekeraar hoeft vooraf inzage te geven in de prijs. In de praktijk wordt daar flexibel mee omgegaan, maar formeel heeft de patiënt er geen recht op. Dus is het niet altijd mogelijk om vooraf te vergelijken wat bijvoorbeeld een sterilisatie bij verschillende ziekenhuizen en ­verschillende zorgverzekeraars kost.

OpenDISdata

Een redelijke prijsindicatie is wel te achterhalen. Zo publiceren ziekenhuizen de reeds genoemde ‘passantentarieven’. Die tarieven liggen gemiddeld 10% hoger dan de prijsafspraken met verzekeraars, maar het verschil kan bij individuele behandelingen veel groter zijn. Daarnaast zijn er de openbare gegevens in openDISdata (zie kader). Daarin staan de gemiddelde prijzen van behandelingen zoals die in Nederland de afgelopen jaren in rekening zijn gebracht door in totaal zevenhonderd zorginstellingen. Een nadeel is dat de prijzen vaak een of twee jaar oud zijn, terwijl ziekenhuizen hun prijzen jaarlijks aanpassen. Bovendien kunnen de prijzen per ziekenhuis fors ­afwijken van het gemiddelde.

OpenDISdata is een poging meer transparantie te verschaffen over de tarieven. De site is echter meer gericht op zorgspecialisten dan op consumenten. Wie volhardend is, kan er echter interessante informatie vinden over tarieven, prijsopbouw en de inhoud van behandelingen. ‘Patiënten kunnen op OpenDISdata een goede indicatie krijgen van wat hun behandeling kost’, vindt Merit Boersma van DBConderhoud, dat de gegevens bijhoudt. ‘Wij gaan ervoor zorgen dat OpenDISdata de komende tijd uitgroeit tot hét kompas voor de zorgconsument.’

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)maakt zich sterk voor betere informatie over inhoud, kwaliteit en prijs van behandelingen. Momenteel richt de NZa zich vooral op inzichtelijker prijzen op afdelingen Spoedeisende Hulp van ziekenhuizen. Die prijzen zijn nu vaak slecht onderbouwd en amper gerelateerd aan de complexiteit van de behandeling. Zie de pleister van € 600. Dat moet volgend jaar voorbij zijn. Dan komen er aparte prijzen voor lichte, middelzware en zware behandelingen.

‘Wij willen meer transparantie over tarieven,’ zegt Natasja Wijnbeek van de NZa, ‘maar het lijkt ons een slechte ontwikkeling als alle prijzen die ziekenhuizen en verzekeraars afspreken openbaar zijn. Dat is concurrentiegevoelige informatie. Bovendien zegt een prijsopgave van tevoren weinig, omdat je nooit precies weet welke behandeling nodig is. Er kunnen altijd complicaties zijn.’

Goede planning

De calculerende zorgconsument kan met goede planning geld uitsparen. Dat gebeurt nu al. Aan het begin en het eind van het jaar is er een piek in planbare zorgbehandelingen. Wie meerdere (kleine) verzekerde behandelingen moet ondergaan, wil die in één jaar plannen, zodat in dat jaar het eigen risico wordt opgesoupeerd en het jaar erna (of ervoor) schadevrij blijft. Nog slimmer is het om eenvoudige behandelingen door de huisarts te laten doen. Dan vallen ze niet onder het eigen risico, terwijl ze wel geld kosten als ze in het ziekenhuis worden gedaan.

Ook binnen een jaar is het echter opletten geblazen. Dat heeft te maken met de administratie van de dbc’s. Die worden na een bepaalde tijd afgesloten, ongeacht of de behandeling is afgelopen. Dat heeft gevolgen voor de prijs. Voor een poliklinische behandeling staat een dbc-tijd van 90 dagen. Een tweede consult na 89 dagen is goedkoper dan een tweede consult na 91 dagen.

De maximale duur van een dbc is dit jaar verkort van een jaar naar 120 dagen. Zo kan er sneller worden afgerekend. Maar wie een langdurig behandeltraject ondergaat, krijgt na 120 dagen een ‘vervolg-dbc’. In principe mag dat niet duurder zijn, omdat de dbc-­tarieven daarop worden aangepast, maar of dat lukt moet nog blijken. De kans is groot dat twee dbc’s duurder uitpakken dan één. Zorgverzekeraars zijn uiteraard alert op de opeenvolging van dbc’s, want de kortere dbc-tijden mogen niet tot een verhoging van de zorgkosten leiden.

Voor de patiënt kunnen de kortere dbc’s wel degelijk een prijsverhogend effect hebben. Als een behandeling langer duurt dan 120 dagen en de ‘vervolg-dbc’ valt in het nieuwe jaar, dan wordt het eigen risico in beide jaren aangesproken. Bij een maximale looptijd van een jaar is die kans beduidend kleiner.

Sommige zorgverzekeraars proberen hun klanten meer inzicht te geven in de kosten. ‘Als na een eerste consult duidelijk is welke behandeling je moet ondergaan, kun je bij ons vragen hoeveel dat kost,’ zegt Christine Rompa van Achmea, ‘maar dan moet de patiënt wel precies weten welke behandeling hij krijgt.’ Achmea zet van de meest voorkomende behandelingen de gemiddelde prijs die de verzekeraar met zorginstellingen afrekent op de website. ‘Wij denken dat het helpt de zorgkosten te beteugelen als mensen weten wat hun behandeling kost. We bespreken intern hoe ver we daarin kunnen gaan. Prijzen zijn per instelling onderhandelbaar en dus concurrentiegevoelig, maar je zou die bedragen natuurlijk kunnen publiceren als alle partijen de onderhandelingen hebben afgerond.’

Directeur Chris Oomen van de kleine zorgverzekeraar DSW vindt dat de concurrentiegevoeligheid van openbare prijzen wordt overdreven. ‘Wij willen de werkelijke prijzen per ziekenhuis van de twintig meest voorkomende behandelingen op onze site zetten.’ Als een verzekerde klachten heeft over de hoogte van de rekening, checkt DSW dat altijd. ‘Zo hebben we al behoorlijk wat geld binnengehaald’, aldus Oomen.

Ziekenhuizen en zorgverzekeraars krijgen steeds vaker vragen over de kosten. Bij Achmea merken ze dat een kleine voorhoede van patiënten volop bezig is met de planning van de kosten. Hogere eigen bijdragen en meer transparantie over de zorgkosten leiden tot nog meer calculerend gedrag. En dat ondermijnt de solidariteit in het zorgstelsel. Dat is onvermijdelijk, denkt Chris Oomen van DSW, die zich juist sterk maakt voor die solidariteit. ‘Maar transparantie is toch een goede zaak. Iedereen mag weten wat er met het geld gebeurt.’